maandag 22 december 2014

Bagger


De auteur heeft drie cafetaria’s van universitaire medische centra aan den lijve ondervonden. Specialiteiten: groenten sufgekookt in pekel, verkoold vlees in vieze jus van glucosestroop, en gefrituurde vis in vettigheid. Het is onmiskenbaar een taak voor de volksgezondheid om de kwaliteit van de collectieve keukens boven die van een doorsnee Oost-Europese legerkazerne uit te tillen. Maar terwijl de biomassa Nederlanders een stuk sneller toenam dan hun aantal, ontploften de medische faculteiten in snel groeiende productie-eenheden van bedrukt papier.

Ik zocht in PubMed met de sleutelwoorden ‘cancer’, ‘epidemiology’ en ‘nutrition’, gecombineerd met ‘Netherlands’ in de affiliatie. Vervolgens identificeerde ik de laatste vijftig artikelen over dit onderwerp en las de abstracts. Het beroep van wetenschapper kan hard zijn. Onderzoek begint met het scheppen van doelgerichte theorieën in een vlucht van de verbeelding. Verbeelding is wel het laatste waarop deze kankerepidemiologen zich willen laten betrappen. Ze hebben, letterlijk en figuurlijk, geen idee. Ze graaien blind in de zwarte doos van vele nutriënten en vele kankers.
De studiehypothese is die van mijn oma: als je ziek bent, heb je iets verkeerd gegeten. Nederlanders eten meerdere keren daags. Nederlanders eten velerlei soorten groenten, fruit en vlees en drinken verschillende soorten drank, waaronder de bij subsidiegevers immer populaire alcohol en melk. Pleur dit allemaal in voedingstabellen en je hebt nog veel meer nutriënten. Als je geen last hebt van enig idee, kun je tot in het oneindige de associaties opbaggeren uit dit troebele water. Als er ooit iets waardevols tussen zou zitten, is dat onmogelijk te onderscheiden van toeval.

Onder de bezielende leiding van hun promotor-baggeraar storten de jonge promotiestudenten zich op de software en snijden ze een dun worstje in de kleinst mogelijke publicatieplakjes. Een auteur beschrijft associaties tussen voeding en blaaskanker. Dat is nooit iets geweest en zal – zolang er geen plausibele theorie is – ook nooit iets worden. Over ‘niets’ kun je veel schrijven, acht artikelen om precies te zijn. Je begint met ‘meta-analysen’. Met een sleepnet dreg je de inhoudsloze bagger van anderen op en herkauwt die nog eens. Vervolgens ga je baggeren in de eigen afval. Bloemkool, gekookte worteltjes, mandarijntjes en b-cryptoxanthine zijn ‘statistisch significant invers geassocieerd’ (ik vind dit niet uit). De gegevens ‘suggereren mogelijk een positieve associatie bij mannen en waarschijnlijk een inverse associatie bij vrouwen’ (ook dit vind ik niet uit). Thee is ‘invers geassocieerd’ met blaaskanker (artikel 1) of ‘schijnt níet gerelateerd te zijn’ aan blaaskanker (artikel 2). Alcohol bevordert blaaskanker bij mannen, niet bij vrouwen, maar de gegevens ‘suggereren’ geen grote effecten. Er wordt wat afgesuggereerd over deze bagger, maar er is nooit iets gevonden wat we al geen eeuwigheden wisten.

Zoek en vervang blaaskanker door prostaatkanker en je verkrijgt het werk van zijn voorganger. Witte wijn en aperitiefwijnen toonden een verband met prostaatkanker, maar rode wijn niet. Dierlijke producten toonden geen verband met prostaatkanker, maar ‘zekere’ vetzuren wel. Uit de groentenbak komen rauwe andijvie, mandarijntjes en druiven als beschermend, porei, appelsienen en champignons als schadelijk. Zoek en vervang prostaatkanker door dikkedarmkanker en daar treedt de nieuwe toekomstige hooggeleerde voor het voetlicht. Die is nog in de fase van het opdreggen van de bagger van anderen. Veel alcohol drinken was ‘matig’ gecorreleerd met dikkedarmkanker. Zijn voorganger ontdekte dat calcium het risico op prostaatkanker verhoogt; hij vindt dat calcium het risico op dikkedarmkanker verlaagt.

Negatief onderzoek kan het belangrijke resultaat zijn van interessante ideeën die helaas fout bleken. Zonder idee is negatief onderzoek negatief. Het doelloos baggeren in voedingsgekanker is de demonstratie van academische inteelt: nutteloos onderzoek dat vegeteert in de zelfgeschapen virtuele wereld van specialistische tijdschriften. De geciteerde kankers zijn verouderingskankers en een beroepsrisico van iedere zich seksueel voortplantende veelcellige samenwerking. Zoals in iedere samenwerking gedraagt niet ieder zich altijd naar behoren. Natuurlijke evolutie heeft onze fysiologie geboetseerd: we zijn vegetariërs die zich tot jagende en verzamelende alleseters hebben omgeschoold. Moeder zorgde voor het gevarieerd basisdieet van wortels, granen, fruit en eetbare bladeren. Vader rende langer dan zijn ‘fastfood’: op de hete savanne zijn zwetende, naakte en rechtop lopende apen de ongeslagen kampioenen op de lange afstand. Vlees vonden we heel smakelijk. Het leverde vermoedelijk echter minder calorieën en eiwitten op dan status en het lekkerder en vruchtbaarder wijfje, voor de succesvolle jager. Onze adaptatie aan vleeseten blijft incompleet: een te groot pakket vlees in onze voeding kunnen wij niet aan.

Deze wijsheid is ouder dan homo sapiens: eet gevarieerd, ren genoeg, zwelg niet in het vlees en houd je gewicht in de gaten. Als vijftig jaar epidemiologisch onderzoek over voeding en kanker daaraan iets heeft toegevoegd, mogen ze het zeggen. Dat hebben ze dan goed verborgen gehouden!

Medisch Contact, 22 december 2004


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen